Kleine stappen, grote afstand
Terwijl ik in de verte iemand hoor roepen: “Kleine stapjes… kleine stapjes…” gaat de weg langzaam maar zeker omhoog. En flink ook.
Alles in mij wil grotere passen maken. Tempo. Doorzetten. Gas erop.
Maar vrijwel direct voel ik wat er gebeurt.
Mijn energie neemt af.
De afstand tussen mijn passen wordt kleiner.
Mijn ademhaling verandert.
Mijn hartslag zakt.
En gek genoeg… voelt dat goed.
Boven aangekomen heb ik nog adem over. Genoeg lucht om weer verder te gaan. Het tempo mag omhoog, de passen worden weer groter. Niet omdat het moet, maar omdat het kan.
Even later, bij de finish, wordt de medaille rustig en vol trots omgehangen.
Mijn eerste marathon zit erop.
Het lopen van een marathon lijkt meer op het leven dan we vaak willen toegeven.
Je kúnt keihard blijven rennen tegen elke berg die je tegenkomt. Je kunt blijven duwen, trekken en forceren. Maar grote kans dat je boven aankomt… uitgeput. Leeg. Zonder ruimte om te genieten van wat je hebt bereikt.
Terwijl het soms zoveel eenvoudiger is.
Kleinere stappen nemen.
Bewust ademhalen.
Rust bewaren in je tempo.
Niet stoppen. Niet opgeven.
Maar afstemmen.
Juist door rust te nemen, houd je energie over. Om verder te gaan. Om te versnellen wanneer het weer kan. En uiteindelijk… om met trots terug te kijken op de weg die je hebt afgelegd.
Het leven is geen sprint.
Het is een marathon.
En hoe jij met de heuvels omgaat, bepaalt of je de finish haalt — én hoe je daar aankomt.
Reactie plaatsen
Reacties